Houtkrant.nl

Houtkeurmerk.nl

HSBWoning.nl

Metalstudkeurmerk.nl

Houtkrant.nl is op geen enkele wijze betrokken bij dehoutkrant.nl. Wij respecteren dehoutkrant.nl en hebben onze eigen informatie bronnen.

Hout is biobased. Als er opnieuw geplant wordt is het een eindig product. Zie ook biobasedbouwmateriaal.nl

Is hout duurzaam? Duurzaam in de zin van lang meegaan: Helaas niet. Maar geen probleem, want er groeit weer nieuw hout. Het hou(d)t nooit op.

Duurzaam in de zin van weinig CO2 uitstoot tijdens productie en transport laat ik aan u zelf over. Het komt niet net als onze stenen uit Nederland.

Fins Hout met  FFCS keurmerk FFCS.nl

Het Finnish Forest Certification System (FFCS) is toegelaten tot het Keurhout Duurzaam systeem.

Een wirwar van hout instituten, regels en certificaten.

TPAC  Timber Produrement Asseement committee

FSC     Forest Stewardship Council

PEFC   Programme for the Endorsement of Forest Certification schemes

FFCS Finnish Forest Certification System

DDS  Due Diligence System

EUTR   EU-houtverordening (EUTR)

KH Duurzaam     Keurhout Duurzaam systeem (KH-Duurzaam).

Andere organisaties

LvB Woodprocessing consultancy (  Voor berekingen van hout )

Europese Netwerk Houtmodificatie

Centrum Hout: Helpt en ondersteund bij het duurzaam bouwen en ontwerpen on hout.

Tekwood: Een constuctieve club voor HSB bouwers

LDDO : Adviseert op het gebied van luchtdicht en dampopen bouwen

Houtkrant.nl

 

CEHOUT .nl

Per 1 juli 2013 wordt de CE-markering van bouwproducten niet meer via de CPD, maar via een nieuwe Europese Verordening -de CPR (REGULATION (EU) No 305/2011)- aangestuurd. De verordening is, zonder verdere tussenkomst van de lidstaten, dwingend voor alle lidstaten en burgers/bedrijven en interpretatie verschillen hieromtrent zijn niet langer mogelijk.  (bron kiwa )

Wat betekent CE markering

Het product voldoet aan de minimale eisen  tav veiligheids- en gezondheids- en milieuaspecten

Het product voldoet aan de relatieve technische specificatie

Het product voldoet aan een constante kwaliteit ( zoals vastgelegd in de technische specificatie )

Wat is CE markering niet

Het is gťťn kwaliteitskeurmerk,  dus het geeft geen prestatie- of kwaliteitsniveau aan.

Het zegt niets over herkomst ( hout, papier e.d.)

Het geeft geen informatie over duurzaamheid

Is CE-markering verplicht

Een CE markering wordt verplicht per 1 juli 2013

De doelstelling van de EG binnen de Gemeenschap een vrije economische ruimte te creŽren. De CE-markering helpt de importbeperkingen op te heffen.

De prestatie verklaring:

De prestatieverklaring is sleuteldocument binnen de CE-markering waarmee toegang tot de markt in een lidstaat kan worden geopend.

In prestatieverklaring doet fabrikant ten minste ten aanzien van ťťn essentieel kenmerk met het oog op de bouwregeling, in de lidstaat waar het product wordt toegepast, een uitspraak.

Ook de informatie over overige prestaties van het product op de essentiŽle kenmerken die onder CE geregeld zijn dient via de prestatieverklaring te worden verstrekt.

Vanaf 1 juli 2013 dienen producenten deze prestatieverklaring mee te leveren met hun product.

Gevolg: Producent meer verantwoordelijk voor juiste product toepassing

  Bron Kiwa

CE-markering ( Wikipedia )

De CE-markering die op veel producten te vinden is geeft aan dat het product voldoet aan de daarvoor geldende regels binnen de Europese Economische Ruimte (EER: de Europese Unie plus Liechtenstein, Noorwegen en IJsland). CE staat hierbij voor Conformitť Europťenne, wat zoveel betekent als in overeenstemming met de Europese regelgeving. Bijzonder is op te merken dat deze term nergens in een Europese richtlijn terug te vinden is.

De CE-markering is geen keurmerk. De procedures voor het aanbrengen van de CE-markering zijn gebaseerd op het EU-besluit 93/465/EEG[1]. De aanleiding tot dit besluit vormt "Europa 1992" waarbij het vrij verkeer van personen (Schengenakkoorden) en goederen wordt nagestreefd. De verschillende nationale eisen die tot dat moment van kracht waren, vormden een de facto handelsbarriŤre.

Het doel van de CE-markering is dus tweeledig van aard. Enerzijds is het doel de vrije handel binnen de lidstaten te bevorderen terwijl anderzijds de veiligheid in het gebruik van de producten wordt verhoogd.

Aangezien Europa geen land of federatie is, worden er afspraken gemaakt door middel van verdragen. Door middel van verdragen zoals het Verdrag van Rome en het Verdrag van Lissabon is afgesproken dat lidstaten Europese regelgeving, binnen de in het verdrag gestelde termijn, vertalen en in hun nationale wetgeving opnemen. Hierdoor is er in de praktijk sprake van "Europese wetgeving".

De CE-markering is onder andere een wettelijk verplichte aanduiding op producten die onder een van de "Nieuwe Aanpak"-richtlijnen vallen. Dat zijn bijvoorbeeld elektrische apparaten, machines, gastoestellen, speelgoed, liften, meetinstrumenten (water-, gas- en elektriciteitsmeters, weegschalen enz.) en persoonlijke beschermingsmiddelen (veiligheidshelmen, signalisatiekleding en dergelijke).[2]

Met het aanbrengen van de CE-markering geeft de fabrikant of zijn gevolmachtigde aan dat het product aan alle van toepassing zijnde Europese regels voldoet en dat de conformiteits- of overeenstemmingsprocedures zijn voltooid. Bovendien moet hij in de meeste gevallen voor het betreffende product een conformiteitverklaring hebben opgesteld. In deze conformiteitverklaring is de producent of importeur verplicht aan te geven dat het product voldoet aan alle van toepassing zijnde Europese richtlijnen. Daarnaast is de producent of importeur verplicht zich aansprakelijk te stellen voor zijn product.

Het onderzoeken van de conformiteit met de regelgeving voor CE-markering is grotendeels zelfcertificering. Dit houdt in dat de fabrikant of importeur eventueel benodigde metingen en onderzoeken zelf uit moet voeren of ervoor mag kiezen deze metingen uit te besteden bij een instituut naar zijn keuze.

In bepaalde gevallen is een EG-typegoedkeuring voorgeschreven en dient gebruikgemaakt te worden van een door de overheid aangemelde instantie (notified body). Bijvoorbeeld bij gastoestellen en persoonlijke beschermingsmiddelen. De CE-markering van een EG-typegoedgekeurd product, waarbij een aangewezen instantie betrokken is bij controle van de productie (EG-toezicht, afhankelijk van de gekozen conformiteits- of overeenstemmingsprocedure) is te herkennen aan de 4 cijfers achter de CE-markering. De viercijferige code verwijst naar de aangemelde instantie die de beoordeling van de productie doet (EG-toezicht). Welke aangemelde instantie bij welk nummer behoort, kan op de website van de Europese Commissie worden opgezocht in NANDO. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, mag niet de code van de aangemelde instantie worden vermeld die het EG-typeonderzoek heeft uitgevoerd. Aangemelde instanties worden door de lidstaten aangemeld bij de Europese Commissie.

Het onterecht aanbrengen van de CE-markering en/of opstellen en ondertekenen van de conformiteitverklaring (ook wel: EG-verklaring van overeenstemming) is een economisch delict en valt in Nederland onder de Wet op de economische delicten. Toezicht hierop vindt plaats door bijvoorbeeld de toezichthouders nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit en het Agentschap Telecom.

Lidstaten moeten producten waarop de CE-markering is aangebracht op hun markt toelaten. Slechts in die gevallen dat een lidstaat kan aantonen dat een product niet aan de essentiŽle eisen van ťťn of meer richtlijnen voldoet, mag het product van de markt geweerd worden. Het niet kunnen overhandigen van de conformiteitverklaring aan de toezichthouder(s) kan echter ůůk leiden tot een maatregel/sanctie (immers kan dan niet worden vastgesteld dat volledig voldaan aan de conformiteitsbeoordelingsprocedure).

De regelgeving heeft vooral betrekking op de veiligheids- en gezondheids- en milieuaspecten van de producten. Voor elektrische apparaten geldt bijvoorbeeld dat ze geen storendeelektromagnetische straling mogen veroorzaken en ook niet gevoelig voor dergelijke straling mogen zijn. Op het gebied van IVD (In Vitro Diagnostica) gelden weer andere aspecten. De aangemelde instantie kijkt in dit geval op het niveau van ontwerp, fabricage of product of het IVD aan de gestelde eisen voldoet.

 

Misbruik en misleiding

Net als ieder merk, wordt ook de CE-markering misbruikt. Sommige fabrikanten gebruiken een zeer vergelijkbare markering om aan te geven dat het product in China is gemaakt; het staat dan ook voor China Export of China Electronics.[3] Hoewel het logo zeer sterke overeenkomsten heeft met de Europese CE-markering, voldoet het vaak niet aan de Europese regelgeving.

Op 27 november 2007 stelde Zuzana RoithovŠ hierover een vraag in het Europees parlement [4]. Op 9 januari 2008 volgt het antwoord van Mr Verheugen namens de commissie[5]. Hieruit blijkt dat het valse (Chinese) CE-logo of de certificatie ervan niet officieel bestaan. Het is de taak van de Europese lidstaten om toezicht te houden op het naleven van het correct gebruik van het CE-logo.


Waarop is CE-markering van toepassing? 

De Website van Nando[6] (New Approach Notified and Designated Organisations) is een officieel instrument van de Europese Commissie die een overzicht biedt van de Europese Richtlijnen en verordeningen die tot een CE-markering kunnen leiden.

 

HOUTKEURMERK . NL papierkeurmerk.nl kartonkeurmerk.nl

De nieuwe keurmerken: Houtkeurmerk.nl, kartonkeurmerk.nl en papierkeurmerk.nl

HOUTKEURKMERK.nl

Het nieuwe houtkeurmerk met de naam houtkeurmerk.nl kijkt met name naar recycling en duurzame houtvervangers. Er worden geen bomen gekapt als er een goed alternatief is. Spaanplaat wordt uitsluitend van reststoffen gemaakt.

Denk eens aan een kozijn van geperst gerecyled hout of van geperst bamboo.

De bestaande hout en papier keurmerken ( FSC en PEFC ) kijken naar herkomst, waar de bomen gestaan hebben en of er nieuwe geplant worden. Feitelijk zeggen de bestaande keurmerken niets over de  houtconstructies. Blijft het gebouw staan of valt het om?  Je kunt best een goede partij hout hebben, maar je moet het verwerken in de constructie en dan keuren. Dat moeten we met de betonvloeren en balken toch ook.

Wij gaan er vanuit dat je zo min mogelijk bomen kapt, maar van gerecycled hout  of duuurzame houtvervangers een geperste plaat of constructieve balk maakt. Vervolgens gaan we de berekening van de constructie ook vastleggen in het keurmerk.

De bomen die nog gekapt moeten worden halen we uit Europa, vanwege de transport afstand. Deze moeten voldoen aan de europese norm  EUTR =  EU-houtverordening. We kunnen in de toekomst ( waarschijnlijk in 2025 ) de benodigde documenten aanleveren. Ook gaan we aan de slag met de getallen voor MPRI en met de CE normering voor hout met prestatieverklaring.

In de toekomst is er slechts ťťn toonaangevend houtkeurmerk: Houtkeurmerk.nl

( we zoeken investeerders)

Wat voor iedereen in de bouw een probleem is: FSC en PEFC zijn onderling niet uitwisslbaar.

Wij redeneren anders: Als je voldoet aan de Europese regelgeving EURT , heb je FSC en PEFC niet meer nodig. We zoeken nog investeerders die dit ook willen.

Minder bomen kappen is goed voor het milieu. Hergebruik van materialen is essentieel.

Als we dit doorzetten hoeven we voor de bouw geen bomen meer te kappen. De bestaande keurmerken kunnen, wat mij betreft, in de toekomst worden opgeheven.

KLH heeft een Oostenrijks keurmerk, maar geen Nederlands keurmerk.

Heeft u geperst bamboe hout en maakt u er kozijnen van, maar uw heeft geen keurmerk.  Dit is uw kans want wij zoeken nog investeerder.

Wij hebben een moderne gangbare naam voor het keurmerk: HOUTKEURMERK

We proberen de eurocode hout, ce-norming hout en de herkomst van het hout in een nieuw keurmerk vast te leggen. Dit gaat lukken, alleen hebben we iets meer tijd nodig.

Om het idee verder uit te werken, zoeken we investeerders

Overzicht van wat er te vinden is:

Houtconstructie ( toepassingen )

Cursus  EUROCODE HOUT  

bron: pao-tudelft.nl

Houtconstructies zijn modern en veelzijdig. Hout, als milieuvriendelijke en zichzelf vernieuwende grondstof voor de bouw, draagt bij aan het creŽren van een prettige woon- en werkomgeving. Moderne houtconstructies worden ontworpen en getoetst met moderne ontwerpmethoden en berekeningen. Naast constructieve kennis is het essentieel dat de ontwerper kennis heeft van moderne verbindingsmiddelen, bekend is met het materiaal, variŽrend van gezaagd hout tot aan diverse typen plaatmateriaal, goede details kan ontwerpen die garant staan voor een lange en onderhoudsarme levensduur en in staat is constructies te ontwerpen die voldoen aan de hoge eisen ten aanzien van onder meer geluidwerendheid en brandveiligheid. Aan de basis van de constructieve kennis staat de nieuwe Eurocode 5 Houtconstructies, bestaande uit een algemeen gedeelte, een gedeelte over brand en een gedeelte over bruggen. Een belangrijk deel van de cursus beslaat de achtergrond en de toepasbaarheid van de rekenregels. Aan de hand van recent onderzoek zullen de rekenregels en de verschillende materialen worden toegelicht. Hierbij komen verschillende constructies aan de orde, vanaf eenvoudige rechte liggers, eventueel in combinatie met plaatmaterialen, tot aan driescharnierspanten, vakwerken, samengestelde hout-betonconstructies en constructies met meer verdiepingen. Ruime aandacht wordt besteed aan nieuwe verbindingsmiddelen en de toetsingsregels voor verbindingen.

Links naar houtconstructie:  NEN

Link naar KLH ( kruis links hout )

link:  gelijmde-houtconstructies.nl

SBR details link

Bestaande Houtkeurmerken ( gaat over herkomst van het hout )

FSC keurmerk

Tpac

Alle houtkeurmerken Wereldwijd  zie pagina 55 en 56

Wat is het nieuwe houtkeurmerk.nl: een combinatie van duurzame herkomst en duurzame toepassingen.

Na 2025 hoeft u maar op ťťn logo te letten, dat is het logo van het nieuwe houtkeurmerk.

Nu moet u nog op hetvolgende letten: FSC,  PEFC, PAFC, SFI, CSA, MTCA , maar dat zegt alleen iets over de herkomst, niet over de toepassing.

 

We leggen dit keurmerk uiterlijk in 2025 voor aan de Raad voor Accreditatie.

Waarom pas in 2025 zult u zich afvragen. Tegen die tijd kan ik het stokje overdragen aan de jongere generatie van de familie.

Duurzaamheid

 

Duurzame ontwikkeling is ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen, aldus de definitie van de VN-commissie Brundtland uit 1987.

De termen duurzaamheid en duurzaam gebruik komen van oorsprong uit de bosbouw. Later zijn ze ook in de visserijbiologie gebruikt. In beide gevallen was de betekenis verwant met begrippen uit de ecologie. Het ging er om de natuur zodanig te beheren dat de natuurlijke structuren en processen niet principieel werden aangetast. Concreet: aan visgronden en bossen mocht niet mťťr vis of hout worden onttrokken dan er door natuurlijke aanwas vanzelf weer bij zou komen. Het respecteren van deze Ďgebruiksruimteí betekent dat ook toekomstige generaties er gebruik van kunnen blijven maken.

Bij duurzame ontwikkeling is dus sprake van een ideaal evenwicht tussen ecologische, economische en sociale belangen. Alle ontwikkelingen die op technologisch, economisch, ecologisch,politiek of sociaal vlak bijdragen aan een gezonde aarde met welvarende bewoners en goed functionerende ecosystemen zijn duurzaam.Duurzaamheid gaat over de schaarste van de hulpbronnen waarmee welvaart wordt voortgebracht, zowel nu als in de toekomst. De oppervlakte van de aarde is eindig; grondstoffen kunnen op raken; en de opnamecapaciteit van de atmosfeer en onze natuurlijke omgeving kent haar grenzen.

Brom wikipedia

Geschiedenis

ĎDuurzame ontwikkelingí is het kernbegrip in het rapport ĎOur Common Futureí, dat in 1987 werd uitgebracht door de VN-Commissie Brundtland. Dit rapport staat ook wel bekend als hetBrundtland-rapport, genoemd naar de Noorse ex-premier Gro Harlem Brundtland, die voorzitter was van deze commissie. Brundtland legde een duidelijke verbinding tussen economische groei,milieuvraagstukken en armoede- en ontwikkelingsproblematiek. Het rapport stelt dat armoede een belemmering vormt voor duurzaam gebruik van de natuurlijke omgeving en dat integratie vannatuurbehoud en economische ontwikkeling nodig is voor duurzame ontwikkeling.

Een andere mijlpaal was het Biodiversiteitsverdrag van Rio de Janeiro in 1992. De lidstaten spraken op deze VN-conferentie af om nieuw beleid te ontwikkelen voor milieu en ontwikkeling. Het nieuwe ontwikkelingspatroon dat voor alle landen werd vastgesteld, werd duurzame ontwikkeling genoemd. In 2002 werd de grootste VN-conferentie tot dan toe gehouden: de Wereldtop voor duurzame ontwikkeling in Johannesburg, Zuid-Afrika.

Tijdens deze conferenties werd vastgesteld dat het niet vanzelfsprekend is dat de huidige welvaart in Westerse landen tot in lengte van dagen op hetzelfde hoge peil kan worden gehouden. Dit komt door de schaarste van de hulpbronnen, waarmee we dus verantwoord moeten omgaan. We dienen al onze hulpbronnen efficiŽnter te gaan gebruiken en zuiniger om te springen met energieen biodiversiteit. Daarnaast moeten we investeren in kennis en onderwijs, zodat er technologieŽn kunnen worden ontwikkeld waarmee latere generaties met minimale inzet van schaarse grondstoffen en fossiele energie een aanvaardbaar welvaartsniveau voor zichzelf kunnen creŽren.

Duurzaamheid wordt gekenmerkt door grote onzekerheden over de toekomst. Duurzaamheid gaat namelijk over de lange termijn en hoe langer de termijn, hoe groter de onzekerheden. Vooral als het gaat om demografie, technologische ontwikkelingen en de draagkracht van onze leefsystemen.

Duurzaamheid in Nederland

Vanaf de Tweede Wereldoorlog is het gemiddelde inkomen, de gezondheid en het opleidingsniveau in Nederland aanzienlijk toegenomen[bron?]. De kwaliteit van bodem, water en lucht is de laatstedecennia sterk verbeterd[1], hoewel we, als dichtbevolkt land, vergeleken met Europa nog relatief veel schade aan natuur en gezondheid ondervinden door de lokale milieuvervuiling (bijvoorbeeldfijnstof).

De grootste Ďzorgen voor morgení zijn dan ook de klimaatverandering, het verlies van biodiversiteit en het op raken van grondstoffen. Vooral de problemen op het vlak van klimaatverandering en biodiversiteit zijn lastig, omdat voor oplossingen een internationale aanpak nodig is. Maar dat mondiale duurzaamheidsproblemen Ėondanks de vele VN-conferenties- niet altijd even makkelijk gezamenlijk kunnen worden opgelost, blijkt alleen al uit het feit dat de VS weigerde om het Ėvoor de bestrijding van het versterkte broeikaseffect- zo belangrijke Kyoto-protocol te ratificeren, uit angst voor een terugval van de Amerikaanse economie.

In de Nederlandse natuur is op het land nog maar 15% van het oorspronkelijke aantal soorten dieren en planten over. Ook in de rest van de wereld staat de nog aanwezige biodiversiteit zwaar onder druk, vooral als gevolg van de landbouw. Met de huidige trends zal het tempo van biodiversiteitsverlies waarschijnlijk zelfs versnellen. Ook Nederland legt via consumptieve bestedingen een relatief groot beslag op de natuurlijke hulpbronnen van andere landen. Voor mondiale duurzaamheid is een verhoging van de landbouwproductiviteit nodig. Het omstreden genetisch manipuleren kan hiervoor een oplossing zijn. Verhoging van de landbouwproductiviteit per m≤ is gunstig voor het armoede- en voedselvraagstuk en voor de biodiversiteit. Het uitbreiden van landbouwgronden in de tropen leidt in veel gevallen tot verlies van leefgebied voor wilde dieren en Ėplanten. Naast landbouwtechnologie zou terugdringen van vleesconsumptie (de vraagkant) een mogelijke oplossing kunnen zijn. Wereldwijd is overigens sprake van een toename van vleesconsumptie: vooral in landen die zich aan het ontwikkelen zijn wordt steeds meer vlees gegeten.

Duurzaamheid en duurzame ontwikkeling zijn de afgelopen twintig jaar gevestigde begrippen geworden. Voor allerhande activiteiten en producten zijn duurzame varianten ontstaan. Dit varieert van de aankoop van ecologisch verantwoord voedsel, duurzaam hout (FSC) en fair trade-koffie met Max Havelaar-keurmerk, tot duurzaam bouwen en klussen, en van duurzaam beleggen en duurzaam bankieren tot duurzame energie. Er wordt tegenwoordig zelfs een duurzaam nationaal inkomen gemeten en ook het duurzaam ondernemen, compleet met duurzaamheidsverslagen, neemt een hoge vlucht.

Nederland gebruikt verhoudingsgewijs veel grondstoffen uit lage-inkomenslanden in Afrika, Zuid-AziŽ en Latijns-Amerika en heeft daarmee een grote ecologische voetafdruk. Het aandeel van natuurlijke hulpbronnen uit invoer per persoon behoort tot de hoogste in Europa. Na bewerking tot eindproduct wordt die invoer overigens voor een groot deel weer uitgevoerd naar andere Europese landen. Enerzijds draagt Nederland met deze invoer bij aan de economische ontwikkeling in de landen van waaruit wordt ingevoerd, anderzijds draagt de invoer bij aan verlies aan natuur en wordtklimaatverandering er door bevorderd. Ook zijn er negatieve effecten voor de lokale kwaliteit van lucht, water en bodem. De CO2 uitstoot die het gevolg is van consumptie door Nederlandse huishoudens is naar mondiale maatstaven groot. Ondanks het hoge consumptieniveau is het ruimtegebruik per Nederlander ongeveer gelijk aan het wereldgemiddelde. Dit komt vooral omdat zowel binnen als buiten Nederland gebruik wordt gemaakt van landbouwgronden met een hoge productiviteit. Door de hoge bevolkingsdichtheid is de totale ruimte die nodig is om de consumptie van Nederlanders voort te brengen, toch nog circa drie keer het landoppervlak van Nederland. Om de mondiale problemen van ruimtegebruik, grondstoffen en energie te verkleinen zijn er in theorie drie mogelijkheden:

  1. Afname van de bevolkingsomvang.
  2. Technologische ontwikkeling van consumptie- en productiemethoden die duurzaam zijn.
  3. De consumptie van materiŽle goederen aanpassen, genoemd Consuminderen.

Tot op heden is in Nederland voornamelijk aangestuurd op het inzetten van technologie. Dat blijkt echter niet genoeg om de effecten van bevolkingsgroei in Nederland en de groei in consumptie en het consumptiegedrag te compenseren.

Ontwikkelt Nederland zich nu wel of niet in een duurzame richting? Om enig zicht op deze vraag te krijgen heeft het kabinet in het kader van de Kabinetsbrede Aanpak Duurzame Ontwikkeling (KADO), aan het Centraal Bureau voor de Statistiek en de Planbureaus (Centraal Planbureau, Planbureau voor de Leefomgeving en Sociaal en Cultureel Planbureau) gevraagd om een Monitor Duurzaam Nederland te maken waarin de hulpbronnen in kaart worden gebracht die voor de huidige en toekomstige generaties van belang zijn in hun streven naar welvaart. In deze monitor wordt een breed welvaartsbegrip gehanteerd, waarin naast de materiŽle welvaart ook andere aspecten worden meegenomen, zoals vrije tijd en schone lucht.

Volgens het WNF scoort Nederland slecht op het gebied van schone technologie, zoals de toepassing van duurzame productieprocessen en producten als ledlampen en zonnepanelen[2]. BelgiŽ,Duitsland, Frankrijk Spanje Slowakije, BraziliŽ, India en China steken Nederland de loef af.

Echter, volgens de 'Dow Jones Sustainability Indexes Review 2010' is Nederland, met deels- of compleet Nederlandse bedrijven, internationaal gezien, leider in vijf van de negentien 'supersectoren';Air France-KLM leidt in de sector 'reizen & vrije tijd', Akzo Nobel is koploper bij de chemiebedrijven, Koninklijke Philips Electronics N.V. voert de lijst aan bij de categorie 'persoonlijke en huishoudelijke goederen', TNT N.V. was de beste binnen de categorie 'industriŽle goederen en diensten', en Unilever N.V. kreeg de hoogste uitslag binnen de categorie 'voedsel- en drankbedrijven'.[3]

]Nederlandse denkers en opinieleiders

Duurzame 100

Het dagblad Trouw stelt jaarlijks de Duurzame 100 samen, waarin een opsomming gemaakt wordt van 100 Nederlanders die zeer actief zijn bij de belangenbehartiging van duurzame ontwikkeling. Enkele van de onder genoemde personen staan ook in deze top 100 vermeld.

Verkeerd gebruik duurzaamheid

CommerciŽle belangen

Duurzaamheid is een veel gebruikt concept in de consumptiemaatschappij. Maar veel commerciŽle artikelen die claimen duurzaam te zijn, zijn dit helemaal niet. Een product dat om de 4 jaar vervangen moet worden kan nooit duurzamer zijn dan een product dat 50 jaar mee gaat, tenzij de impact van de productie van deze producten meer dan een factor 12,5 met elkaar verschillen. Daarnaast worden veel producten die als duurzaam omschreven staan niet goed doorgerekend.

 

 

KEURMERK  ( bron: wikipedia )

Een keurmerk is een compact, visueel kwaliteitsoordeel over een product of dienst, afkomstig van een betrouwbare bron. Je ziet (visueel) dus in een oogopslag (compact) dat het product / de dienst in orde is bevonden (kwaliteitsoordeel) door een onafhankelijke, deskundige instantie (betrouwbare bron). De woorden keurmerk en certificaat worden vaak door elkaar gebruikt. Van oorsprong is echter het certificaat het papier waarop de keurmerkverlenende instantie verklaart dat een product of dienst aan zijn eisen voldoet. Dit certificaat geeft het recht om het keurmerk te voeren op of bij het product of de dienst. Het proces van keurmerkverlening wordt ook wel certificatie of certificering genoemd.

Voor certificatie van dienstverleners, zoals reisbureaus, garages, en verhuizers, wordt vaak het woord erkenningsregeling gebruikt. De term keurmerk is hiervoor net zo goed bruikbaar, zeker als de erkende bedrijven een keurmerklogo mogen voeren.

Wat is het nut van keurmerken?

Een keurmerk heeft nut voor zowel de consument (afnemer) als de leverancier van het product / de dienst.

Een keurmerk helpt de consument bij het beslissen over een aankoop. Dit is vooral nuttig als de consument onzeker is, en een eventuele miskoop tot behoorlijke schade kan leiden, bijvoorbeeld bij dure of onbekende producten en diensten (wasmachines, buitenlandse reizen, medische hulpmiddelen e.d.). Keurmerken zijn ook inzetbaar voor goede doelen, zoals producten die beter zijn voor het milieu, of die diervriendelijk zijn geproduceerd. Gerenommeerde merken, zoals ANWB, Nokia en Postbank, kunnen hetzelfde effect hebben als een keurmerk: consumenten hebben er zoveel vertrouwen in dat ze een onafhankelijk keurmerk niet meer nodig hebben. Deze merken zullen dan ook niet zo gauw een keurmerk aanvragen.

De leverancier onderscheidt zich met een keurmerk van zijn concurrenten, en kan zo proberen meer klanten aan te trekken. Uit de beoordeling die aan keurmerkverlening vooraf gaat, leert de leverancier bovendien of zijn product / dienst aan algemeen aanvaarde eisen voldoet, en op welke punten nog verbetering nodig is. Een leverancier die een keurmerk heeft dat goed bekend is bij het publiek, hoeft minder reclame te maken om zijn klanten te overtuigen, want dat doet het keurmerk al.

Welke keurmerken zijn er zoal?

Keurmerken zijn op verschillende manieren in te delen:

De catalogus van keurmerken van het Keurmerkinstituut bevat de meeste Nederlandse keurmerken en erkenningsregelingen voor niet-levensmiddelen, en diverse verwijzingen naar andere soorten keurmerken.

Totaal- of deelkeurmerk

Een totaalkeurmerk stelt eisen aan alle eigenschappen die voor de consument (afnemer) van belang zijn. Voorbeelden zijn Goedgekeurd Keurmerkinstituut en het GQ-keurmerk voor producten voor ouderen en gehandicapten. Een deelkeurmerk stelt alleen eisen aan een of enkele eigenschappen. Voorbeelden zijn het Milieukeur (een ecolabel) en KEMA-KEUR.

Beheersvorm

Goede keurmerken worden beheerd door een organisatie die onafhankelijk is van de leveranciers (aanvragers van het keurmerk), de afnemers (consumenten) inspraak geeft bij het opstellen van de keuringseisen, en de keuringen laat uitvoeren door onafhankelijke en deskundige onderzoekinstellingen en inspecteurs/keurmeesters. Ook moeten de producten/diensten met keurmerk regelmatig worden gecontroleerd, en er moet een goede klachten- en geschillenregeling zijn. Als aan al deze eisen is voldaan, kan het keurmerk worden erkend door de Raad voor Accreditatie. Dit is een vrijwillig keurmerk voor keurmerkverlenende organisaties. De meeste keurmerken hebben echter geen RvA-erkenning, velen omdat ze niet aan de RvA-eisen voldoen, anderen omdat ze er geen moeite voor willen doen of zich de kosten willen besparen.

Toegekend aan: product/dienst of bedrijf

Keurmerken worden niet alleen toegekend aan producten en diensten voor consumenten, maar ook wel aan de interne organisatie van een bedrijf. Bij dit laatste gaat het meestal om ISO 9001, of een daarvan afgeleid certificaat.

Toegekend aan: personen

Keurmerken kunnen ook aan personen toegekend worden. Er is dan sprake van een officieel vakbekwaamheidcertificaat dat onder RvA accreditatie is afgegeven volgens ISO/IEC 17024:2003. Bijvoorbeeld het certificaat NedCert BHV Bedrijfshulpverlener.


Deze tekst is met toestemming gebaseerd op de tekst van het Keurmerkinstituut.

Bron  Wikipedia

 ISO

Het ISO (Interstedelijk Studenten Overleg) is de grootste landelijke studentenorganisatie van Nederland en behartigt de algemene belangen van ruim 630.000 studenten aan universiteiten en hogescholen website iso.nl

HOUT Keurmerken

 

Dit is verzameling van alle bestaande hout keurmerken.

 

Vraag:  Wat heeft u er aan???

 

Antwoord: U kunt in overzicht zien, wat voor soort keurmerk het is. In welk land  is het  geregistreerd e.d.

 

FSC

Het internationale, onafhankelijke FSC-keurmerk verzekert dat grondstoffen voor hout- en papierproducten afkomstig zijn uit verantwoord beheerde bossen, met alle aandacht voor de mensen die van het bos afhankelijk zijn. Alle grote milieu- en ontwikkelingsorganisaties bevelen FSC aan. Dit maakt FSC uniek. Kies daarom voor FSC-hout en -papier en draag bij aan bescherming van bossen wereldwijd!

De stichting FSC Nederland is een vitaal netwerk waarin ruim 300 partners werken aan een eerlijke markt en  (ťcht verantwoord  bosbeheer       

 

                                                                                                                                                                           

Bron FSC

PEFC   

Net als FSC is PEFC een houtkeurmerk dat wereldwijd opereert. Door middel van certificering kunnen boseigenaren laten zien dat zij voldoen aan de eisen die PEFC stelt aan verantwoord bosbeheer. TPAC heeft hout met een PEFC-keurmerk dat afkomstig is uit BelgiŽ, Zweden, Duitsland en Finland positief beoordeeld. Voor hout met een PEFC-keurmerk uit verschillende andere landen loopt de procedure nog.  bron wnf

 

Wat is MTCS?
MTCS is een keurmerk van de Malaysian Timber Certification Council (MTCC); een orgaan van de Maleisische overheid. Maleisie is wereldwijd een belangrijke exporteur van tropisch hardhout. Nederland is daarentegen een belangrijke afzetmarkt: vooral voor de houtsoort meranti. 
De toetsingscommissie van de overheid voor de inkoop van verantwoord hout, TPAC, oordeelde in oktober 2010 dat MTCS niet voldoet aan de Nederlandse criteria voor duurzame inkoop. MTCC, de beheerder van het Maleisische houtkeurmerk, tekende echter beroep aan tegen deze uitspraak. In hoger beroep werd het Maleisische houtkeurmerk in oktober 2011 in het ongelijk gesteld. Bron wnf

 

gebruikte afkortingen

Timber Procurement Assessment Committee (TPAC)

De Timber Procurement Assessment Committee (TPAC) is in opdracht van het ministerie van VROM opgezet door Stichting Milieukeur (SMK). Deze toetsingscommissie heeft als taak certificeringssystemen voor duurzaam bosbeheer te toetsen aan de Nederlandse Inkoopcriteria voor Duurzaam Hout zodat op de markt onderscheid kan worden gemaakt tussen duurzaam- en niet-duurzaam hout (volgens de Nederlandse maatstaven). 

Nederland is niet het enige land dat zich bezig houdt met duurzaam inkoopbeleid voor hout: Groot-BrittanniŽ en Denemarken zijn al in vergevorderd stadium van beleidsontwikkeling en ook bij andere Europese landen staat het thema hoog op de politieke agenda. De verrichtingen van de commissie zullen dus niet alleen in Nederland met aandacht worden gevolgd. bron TPAC

 

 

Hieronder een stukje uit Wikipedia. Voor het origineel met foto's moet u even naar Wikipedia http://nl.wikipedia.org/wiki/Hout

Hout is het voornaamste bestanddeel van (vooral) bomen en struiken. Botanisch gezien is hout het door het cambium geproduceerd secundairexyleem van zaadplanten. Volgens deze definitie zijn de houtige weefsels van bijvoorbeeld palmen geen hout in de strikte zin. Een kenmerk is ook de afzetting van lignine (houtstof) in de celwanden. In een andere omschrijving wordt hout daarom gezien als verhout plantenweefsel.

De takken, stammen en wortels van houtige plant (niet-kruidachtige) planten bestaan voor een belangrijk deel uit hout. Hout vormt het binnenste en grootste deel van de stam. Houtige gewassen zijn ofwel bomen, struiken, cactussen of doorlevende klimplanten (zoals druiven).

Functie van hout in de plant

In de plant geeft het stevigheid aan de stam en daarnaast is het, met name in de buitenste lagen, betrokken bij het transport van water en voedingsstoffen (anorganische sapstroom) van de wortels naar de bladeren. Het hout bestaat uit het secundaire xyleem. De tegenpool van het xyleem is het floŽem, dat de transportstroom in de tegenovergestelde richting verzorgt.

Structuur van hout 

Hout bestaat voornamelijk uit de celwandbestanddelen cellulose en hemicellulose in de langse richting. Deze worden samengehouden door een natuurlijke lijm,lignine genaamd, die in de dwarse richting van het stuk hout ligt. Vanwege deze structuur wordt hout anisotropisch genoemd; de eigenschappen zijn niet in alle richtingen gelijk.

Omdat in gematigde klimaten de winter en de zomer verschillende groeiomstandigheden veroorzaken, hebben veel houtsoorten uit deze klimaten duidelijke groeiringen (ook wel jaarringen). Ook tropische houtsoorten hebben soms duidelijke groeiringen met name wanneer zij stammen uit gebieden met verschillende vochtigheidsseizoenen.

De eigenschappen voor wat betreft draadrichting, taaiheid, splijtbaarheid en sterkte verschillen van soort tot soort, en vaak van boom tot boom. De merg- of houtstralen (ook wel spiegels geheten) dienen voor het transport van voedingsmiddelen; deze komen alleen bij loofhoutsoorten voor.

Vorming van groeiringen 

Deze groeiringen komen als volgt tot stand: onder de schors bevindt zich een laag delingsweefsel, een secundair meristeem, de cambiumlaag genoemd, die zowel naar binnen als naar buiten nieuwe cellen aanmaakt. Naar binnen toe differentiŽren deze cellen zich tot hout (xyleem). Als het klimaat niet gelijkmatig is komt deze groei tot stilstand in het ongunstige seizoen. Deze stilstand komt niet plots maar met een geleidelijke overgang zodat het houtweefsel er anders uit gaat zien. Als aan het begin van het nieuwe seizoen nieuw hout gevormd wordt contrasteert dat met het laatstgevormde hout van het vorige seizoen. Groeiringen kunnen variŽren van heel erg duidelijk (eiken, iepen, kastanje) tot heel vaag (paardenkastanje).

Bast 

Het geheel van schors en aangroeilaag wordt meestal als "bast" omschreven. Rondom het binnenste, reeds afgestorven hout bevindt zich een levende laag. De schors barst bij de groei van de boom, daar hij niet elastisch is. De meest bekende schors wordt gevormd door de in Portugal groeiende kurkeik (Quercus suber uit de familie van de Fagaceae of beukachtigen), die om de 10 jaar een oogstbare laag afgeeft. Een gladde bast heeft de beuk, omdat bij deze soort er ook in de lengterichting zich delende cellen bevinden. Door de bast kunnen diverse boomsoorten van elkaar onderscheiden worden omdat de bast in de zomer- en winterstand bij de meeste soorten niet veel van elkaar verschilt.

Eigenschappen van hout [bewerken]

 

Hieronder worden verschillende eigenschappen verstaan die een rol gaan spelen indien men hout wil gaan bewerken en toepassen. Op basis van kennis van de eigenschappen kunnen houtsoortenonderling vergeleken worden. Vier belangrijke hoofdeigenschappen van hout zijn duurzaamheid (bijvoorbeeld tegen weersinvloeden en schimmels), de natuurkundige eigenschappen (zoals krimp en volumieke massa), de mechanische eigenschappen (zoals mechanische sterktes en hardheid), en het gedrag bij brand. Ook tal van andere eigenschappen verschillen per houtsoort zoals: calorische waarde, isolatie waarde, pH-waarde, etc.

Reactiehout 

Reactiehout wordt gevormd zodra een boom langdurig in een richting belast wordt (bijvoorbeeld door scheefstand of wind). Om het evenwicht te herstellen wordt zogenaamd trekhout (bijloofbomen) -of drukhout (bij naaldbomen) aangemaakt. Trekhout vormt zich aan de bovenkant van de stam en `trekt` de stam de goede richting in, drukhout vormt zich aan de onderkant, en `drukt` de stam in de goede richting. Op deze plekken is niet alleen de anatomische opbouw van de celstructuren anders, maar is er ook een chemische afwijking. Er is namelijk sprake van een verhoogdlignine-aandeel en ook andere extractstoffen zijn bij reactiehout bovenmatig aanwezig.

De excentrische groei en de andere cel structuur van het reactiehout hebben een negatief gevolg voor de verwerking van het hout in de houtindustrie. Voor de papierproductie geeft dit hout weinig tot geen problemen.

Toepassing van hout

Hout wordt voor vele nuttige doelen gebruikt. Het vormt de basis voor papier. Handwerkers en kunstenaars bewerken en verbinden stukken hout met speciale gereedschappen, wat houtbewerkinggenoemd wordt. Hout is dus een belangrijke grondstof; wordt veel gebruikt in de constructie van huizen en meubelen, voor vloeren, kozijnen, dakconstructies en afwerking. Daarnaast kan hout alsbrandstof worden gebruikt.

Hout is reeds een belangrijk constructiemateriaal sinds de mens begon met het bouwen van schuilplaatsen en blijft ook vandaag veel gebruikt. Tegenwoordig echter zijn heel wat producten met hout als grondstof vervangen door andere grondstoffen zoals metaal en plastic.

Houtsoorten Meestal wordt hout in twee hoofdgroepen onderscheiden:

Hout herkennen 

Het onderscheid tussen verschillende houtsoorten is, anders dan op het eerste gezicht mag lijken, niet eenvoudig. Als het gaat om een beperkt aantal houtsoorten uit een klein herkomstgebied zijn de belangrijkste soorten redelijk te onderscheiden voor iedereen die daar aanleg voor heeft: bijvoorbeeld de van nature in Nederland of BelgiŽ voorkomende bosbomen. Maar in uitgestrekte landen als BraziliŽ en IndonesiŽ, met grote bosoppervlakten (voor zover nog niet verdwenen) ligt de zaak totaal anders.

Door de grote diversiteit van tropische wouden en het naast elkaar voorkomen van tientallen soorten uit dezelfde plantengeslachten is het in de praktijk niet meer mogelijk om een onderscheid te maken op soortniveau. Denk bijvoorbeeld aan meranti, een groep handelshout waarbinnen onder andere rode, witte en gele meranti kunnen worden onderscheiden. Elk daarvan (bijvoorbeeld rode meranti) omvat nog steeds enkele tientallen soorten. Vergelijk ook handelsbenamingen als gerutu, balau en lauan.

 

Met behulp van houtanatomie is het in veel gevallen mogelijk om deze soortengroepen, of soms zelfs wel de soort, vast te stellen. In de praktijk worden hiermee zeer veel fouten gemaakt, al dan niet expres (vanwege de soms grote commerciŽle belangen kan het voordelig zijn om hout een onjuiste naam te geven).

Houtanatomie kan op diverse niveaus naar hout kijken: met de loep, met de microscoop, of met een elektronenmicroscoop. De structuur van het hout kan betrouwbare gegevens opleveren voor de identificatie. Sommige aspecten van de microstructuur zijn per soort relatief erg constant, vergeleken met de macrostructuur; hout van dezelfde soort kan, afhankelijk van de groeiplaats en de weeromstandigheden zeer verschillend lijken terwijl de microstructuur weinig varieert.

De microstructuur kan soms ook direct waarneembaar zijn, zonder hulpmiddelen. Hoe kleiner de houtvaten zijn, des te 'fijner is de nerf'. De kleur van hout hangt veelal samen met kleurstoffen in bepaalde cellen. Overigens zijn die kleurstoffen er niet voor het mooi; ze zijn meestal enigszins tot uiterst giftig en dienen om vraat door 'beestjes' binnen de perken te houden. De volumieke massa (bij hout wordt het gewicht niet uitgedrukt in een soortelijk gewicht maar in volumieke massa) hangt samen met de dikte van de celwanden, hoe dikker deze zijn, hoe zwaarder het hout is. Een donkere kleur kan samengaan met een hoge volumieke massa, bijvoorbeeld bij pokhout (Guaiacum sanctum, etc), ebben(Diospyros-soorten), basralocus (Dicorynia guianensis), angelim vermelho (Dinizia excelsa), grenadille (Dalbergia melanoxylon) en vele Acacia- en Eucalyptus- soorten. Maar ook licht gekleurde houtsoorten kunnen zwaar en hard zijn, zoals palmhout (Buxus sempervirens), de vele Diospyros-soorten die geen zwart kernhout vormen, en satijnhout (Chloroxylon swietenia). De donkere soorten bezitten meer of andere kleurstoffen dan de lichtgekleurde soorten.

Verenigingen 

De kort na 1930 opgerichte International Association of Wood Anatomists (IAWA) -- een vereniging van mensen die doen aan houtanatomie (in de brede zin des woords) -- bevordert de kennis van hout op microniveau. Deze wetenschappelijke vereniging geeft 4x per jaar haar IAWA Journal uit waarin thema's uit de houtanatomie worden besproken. Onder auspiciŽn van deze vereniging is ook een database, Inside Wood, opgezet waarmee men aan de hand van micro-kenmerken hout kan proberen te determineren. Hierbij is wel veel voorkennis vereist.

Op amateur-niveau bestaat de Nederlandse vereniging van Houtsoortenverzamelaars (NEHOSOC, opgericht 1947): deze bevordert het verzamelen van houtmonsters; ook verzorgt ze studiedagen met lezingen over en oefening in houtanatomie. Het verenigingsblad heet De houtverzamelaar. In Vlaanderen bestaat de Houtstudiecentrum voor het Technisch Onderwijs (HCTO, opgericht in 1958),: dit is een meer op de houtvakman gerichte vereniging waar men aan houtherkennen doet en vele Technische mededelingen heeft uitgegeven. In de USA bestaat de International Wood Collectors Society (IWCS, opgericht in 1947, enkele maanden na de Nederlandse vereniging): de IWCS geeft het tijdschrift World of Wood uit.

Voorbeelden van loofhout 

Houtsoort Boom Wetenschappelijke naam volumieke massa kg/m3[bron?]
acacia Acacia spp. 730-900
afzelia Afzelia spp. 730-900
Amerikaans hard esdoorn Suikeresdoorn Acer saccharum 530-720
appel (hout) Appelboom Malus sylvestris 540-810
azobť Lophira alata 940-1100
azijnhout Steeneik Quercus ilex 800-1100
beuken Beuk Fagus sylvatica 700
berken Berk Betula spp. 650
bilinga Bilinga Nauclea trillesii 750-850
ebben Diospyros spp. 1200
eiken Eik Quercus spp. 700
esdoorn Europese esdoorn Acer spp. 610
essen Es Fraxinus excelsior 530-830
kastanje Tamme kastanje Castanea sativa 550
kersen Amerikaanse vogelkers Prunus serotina 500-600
linden Linde Tillia spp. 540
mahonie Swietenia spp. 550-750
massaranduba Manilkara spp.
meranti Shorea spp. 640-860
merbau Intsia spp. 800-900
Iroko Milicia regia spp. 650-870
noten Walnoot Juglans spp. 610-770
paardenkastanje Paardenkastanje Aesculus hippocastanum 540
palmhout Buxus Buxus sempervirens 940-1050
perenhout Gewone peer Pyrus communis 700
pokhout Guaiacum spp. 1200-1500
populieren Populier Populus spp 450
robinia Robinia Robinia pseudoacacia 540-860
Sapupira sapupira Angelim da Mara 680-1000
teak Teakboom Tectona grandis 630-680
wilgen Wilg Salix spp. 450
wengť Millettia laurentii 750-1000
kersen Zoete kers Prunus avium 600

Voorbeelden van naaldhout 

Houtsoort Boom Wetenschappelijke naam volumieke massa (kg/m3[bron?])
grenen Grove den Pinus silvestris 510
lariks of lorken europese lork Larix decidua en spp. 530-580
oregon pine douglasspar Pseudotsuga menziesii 530
vuren fijnspar Picea 460
hemlock hemlockspar Tsuga spp. 450
parana pine Araucaria angustifolia 480-640
pin des landes Zeeden Pinus pinaster
pitch pine den Pinus spp. 630
southern yellow pine den Pinus spp. diverse soorten

 

Hout van verschillende boomsoorten heeft verschillende eigenschappen. Dikwijls wordt er een grove indeling gemaakt van de houtsoort in loofhout (ook wel hardhout) en naaldhout (ook welzachthout). Naaldhoutsoorten, bijvoorbeeld vurenhout en grenenhout, zijn vaak vrij zacht, terwijl sommige loofhoutsoorten bijvoorbeeld eikenhout veel zwaarder en harder zijn. Als een houtsoort hard is, hoeft zij niet moeilijk te bewerken te zijn: zo is mahoniehout een mooi rode houtsoort, behoorlijk hard maar zeer makkelijk te bewerken en uitstekend geschikt voor kostbare meubelen. Anderzijds is balsahout (een loofhoutsoort) zeer licht en zacht, wat het nuttig maakt voor toepassingen zoals voor modelbouw bij modelvliegtuigen.

Hout kent de volgende verschillen:

Bewerkingen 

Hout kan op verschillende manieren bewerkt worden. Bijvoorbeeld:

Zaagwijze [bewerken]

 

Bomen kunnen afhankelijk van de beoogde toepassing op verschillende manieren worden verzaagd. Dat gebeurt meestal in drie verschillende hoofdrichtingen: radiaal, tangentiaal of axiaal, ook wel longitudinaal genoemd. In iedere richting verschillen de eigenschappen van hout. Krom- en scheluw trekken, zwellen en krimpen noemt men: werken van hout. Ook verschilt hout afkomstig van de buitenkant van de boom waardoor nog transport plaatsvindt (spinthout) van het veel hardere kernhout dat voornamelijk stevigheid aan de boom geeft.

Houtproductie [bewerken]

 

Dat de houtproductie een aandeel (gehad) heeft in de ontbossing kan niet ontkend worden. Toch kan de ontbossing niet volledig aan de houtkap geweten worden. Andere factoren die hierin meespelen zijn onder andere bosbranden, al dan niet aangestoken door de plaatselijke bevolking om nieuwe (tijdelijke) landbouwgrond te hebben. Vooral echter de grootschalige kap van natuurlijk bos voor de aanleg van bijvoorbeeld oliepalm- en rubberplantages, eucalyptusplantages voor de papier- en biobrandstofindustrie en landbouwgrond voor de productie van veevoederingrediŽnten zoals soja, vormt een ernstige bedreiging van de bossen en de biodiversiteit.

Er worden wereldwijd echter inspanningen gedaan om de ontbossing tegen te gaan, zowel door bescherming van de bestaande (oer-)bossen als door de aanplanting van nieuwe (productie-)bossen. Zo is de jaarlijkse aangroei van hout (in kubieke meter) in de Scandinavische landen groter dan de hoeveelheid die jaarlijks gekapt wordt. In de Aziatische landen (vooral IndonesiŽ en MaleisiŽ) wordt door de overheid ook steeds harder opgetreden tegen het illegaal kappen van bomen. Enkele internationale organisaties die ernaar streven om het evenwicht te herstellen op het vlak van houtkap zijn FSC en PEFC. Vooral het FSC-keurmerk heeft veel aanhang bij de milieubeweging, omdat het strenge eisen stelt aan het bosbeheer, maar ook aan sociaal-economische omstandigheden.

Afgeleide houtproducten [bewerken]

Massief hout kan ook een aantal nadelen hebben zoals de prijs, het milieu, scheluw trekken, werken... Om deze te ondervangen zijn er ook een groot aantal van hout afgeleide producten ontstaan, die (gedeeltelijk) van minderwaardig hout of houtafval kunnen worden gemaakt en die in een aantal toepassingen massief hout kunnen vervangen. Voorbeelden zijn MDF, OSB, Fineer, meubelplaat, triplex en multiplex, spaanplaat, underlayment, hardboard, laminaat, zachtboard etc.

Zie ook [bewerken]

Indeling naar Levensduur:

Indeling naar groeivorm:

Wij aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid voor schade, van welke aard dan ook, die het gevolg is van handelingen en/of beslissingen gebaseerd op de informatie op deze website.